info@orthodirect.nl 

(035) 622 83 29

Afspraak maken Verwijzen Medische expertise

Elleboog

“Plotse kortdurende scherpe pijn aan de voorzijde van de elleboog?”

Bicepspees Scheur t.h.v. de elleboog

Beschrijving

De bicepsspier is een grote spier aan de voorkant van de bovenarm. De spier zit via een pees vast op de onderarm. De voornaamste functie is het buigen van de elleboog. Een scheur van de pees van de biceps ter hoogte van de elleboog gebeurt meestal na een trauma, zoals een val of na een zeer hoge belasting, waarbij de arm geforceerd gestrekt wordt vanuit een gebogen positie. Het gebruik van sommige medicijnen zoals corticoïden kan de kwaliteit van de pees verminderen waardoor deze eerder kan scheuren. Ook roken behoort tot de risicofactoren. Dit probleem komt veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Een ruptuur van de bicepspees komt voor in ongeveer 1,2 per 100.000 inwoners per jaar.

Symptomen

Meestal voelt men een plotse kortdurende scherpe pijn aan de voorzijde van de elleboog, gevolgd door een minder sterke doffe pijn. De voornaamste klacht is een verminderde buigkracht van de elleboog. Meestal kan de elleboog nog wel actief worden gebogen door de werking van andere spieren rond de elleboog. Het is vaak ook moeilijk om de handpalm naar boven te draaien. Blijvende pijn aan de voorzijde van de elleboog en een blauwverkleuring van de voorzijde van de elleboogregio komt meestal voor. Als de pees volledig is afgescheurd, wordt de bicepsspier naar boven getrokken en dit is vooral zichtbaar bij vergelijking met de andere zijde.

Onderzoek

De orthopedisch chirurg zal de elleboog en de vorm en positie van de bicepsspier bekijken en voelen. Buigkracht van de elleboog moet worden onderzocht, alsmede draaikracht van de onderarm. De orthopedisch chirurg zal dit doen door de onderarm tegen te houden terwijl de patiënt probeert de elleboog te buigen. Terwijl de buigspieren worden aangespannen zal de orthopedisch chirurg proberen de bicepspees te voelen door met de duim aan de voorzijde van de elleboog te drukken. Normaal zal de bicepspees tegen de duim drukken. Bij twijfel kunnen eventueel andere onderzoekingen worden gedaan, zoals een echografie of een MRI scan van de elleboog. Deze zijn echter niet altijd nodig.

Therapieën

De enige mogelijke therapie bij een volledige scheur is een operatie waarbij de pees wordt hersteld. Hoe sneller de pees hersteld wordt, hoe beter. Dan is het in de meerderheid van de gevallen mogelijk om de aanhechting van de pees direct te herstellen. Als men langer wacht, of als de scheur pas later wordt herkend, is het vaak nodig om de pees aan te passen of te verlengen. Bij gedeeltelijke scheuren kan men wel langer afwachten omdat herstel zonder operatie soms mogelijk is. Verder zullen de pees en spier niet te ver verkorten omdat een deel nog normaal vastzit.

Ingreep

De pees moet opnieuw vastgemaakt worden aan de voorkant van de onderarm. Hiervoor bestaan verschillende technieken die vergelijkbare resultaten hebben. De keuze van de techniek is afhankelijk van de voorkeur van de chirurg. Afhankelijk van de techniek zullen er één of twee sneden in de huid nodig zijn. Wanneer de scheur al lang bestaat, of wanneer het tijdens de operatie niet mogelijk blijkt te zijn om de pees direct te herstellen, moet de pees aangepast worden. Dit gebeurt meestal door een andere pees uit de onderarm of zelfs uit het been te gebruiken, maar soms kan men ook kiezen een donorpees te gebruiken. Hiervoor dient er wel opnieuw een huidsnede gemaakt te worden.

Complicaties

Mogelijke complicaties zijn (tijdelijke) zenuwletsels, met tintelingen, doofheid en krachtsvermindering in de onderarm en hand of botvorming in de spieren aan de voorzijde van de elleboog. Deze complicaties zijn eerder zelden. De enige complicatie specifiek voor deze ingreep is het opnieuw loslaten of scheuren van de pees, maar ook dit gebeurt zeer zelden. Andere complicaties zijn vergelijkbaar met die van de meeste ingrepen. Onder andere onderhuidse bloedingen of infecties zijn mogelijk.

Revalidatie

Direct na de operatie zal de onderarm zeer tijdelijk vastgezet worden met de arm 90 graden gebogen, door middel van een verband. Hierna mag de arm snel worden bewogen. De chirurg zal, aan de hand van het herstel, verder beslissen hoe snel men mag beginnen met opbouw van de kracht en beweeglijkheid.

Zenuwinklemming

Beschrijving

Zenuw inklemming ter hoogte van de elleboog is een veelvoorkomend probleem. Het betreft hier de elleboog zenuw of de nervus ulnaris. Deze verloopt door een tunnel aan de binnenzijde van de elleboog. De tunnel wordt gevormd door het bot van de bovenarm aan de ene zijde en een stevige bandachtige structuur eroverheen. De zenuw kan in deze tunnel ingeklemd worden. Een zeldzamere aandoening vormt de inklemming van de nervus radialis en medialis ter hoogte van de elleboog.

Symptomen

Inklemming van de nervus ulnaris geeft meestal symptomen in de hand. Met name de pinkzijde van de hand, pink en de ringvinger kunnen tintelen, gevoelloos worden of pijn doen. Ook ter hoogte van de binnenzijde van de elleboog kan men soms pijn voelen op de plaats van de inklemming. Steunen op de elleboog of buigen van de elleboog kunnen soms de klachten doen verergeren. Bij langdurige klachten kan de kracht van de pink en ringvinger verminderen en kan men een verdunning of atrofie van de pinkmuis zien. Een inklemming van de nervus medianus kan tintelingen en doofheid ter hoogte van de middelvinger en wijsvinger geven. Krachtsvermindering ter hoogte van de duim kan eveneens worden waargenomen. Compressie van de nervus radialis kan een tenniselleboog nabootsen met pijn ter hoogte van de voorarm met tintelingen en doofheid ter hoogte van de duim.

Onderzoek

In de eerste plaats zal men de ligging van de zenuw onderzoeken. De orthopedisch chirurg kan de zenuw voelen door een lichte druk te geven ter hoogte van de elleboogstunnel. Dit is meestal geen aangenaam gevoel en kan vaak ook de symptomen in de hand uitlokken. Door met de duim over de zenuw te rollen kan men ook vaak de symptomen uitlokken. Beweeglijkheid en stabiliteit van de elleboog zullen worden onderzocht.
Gevoeligheid van de hand zal worden onderzocht en de knijpkracht van de hand en vingers wordt vergeleken met de gezonde zijde.
Vaak zal er een röntgenfoto worden genomen om botafwijkingen uit te sluiten.
Tenslotte kan er nog een electromyografisch onderzoek gedaan worden. Op die manier kan men de elektrische werking van de zenuwen onderzoeken.

Therapieën

In eerste instantie kan getracht worden om een conservatief, functioneel beleid te volgen. Indien dit niet lukt, is bij deze aandoeningen een operatieve ingreep aangewezen.

Ingreep

Bij een nervus ulnaris lijden wordt de huid aan de binnenzijde van de elleboog ingesneden. De tunnel wordt dan opgezocht en opengemaakt door de bandachtige structuur aan de bovenzijde door te snijden. Om te voorkomen dat de zenuw later door littekenweefsel opnieuw inklemt, wordt deze verplaatst uit de tunnel. Meestal wordt de zenuw verplaatst naar de voorzijde van de tunnel en wordt dan onder de huid geplaatst. Een nervus radialis compressie wordt via een zelfde toegangsweg geopereerd zoals een tenniselleboog. Een nervus medianus compressie wordt via de voorste zijde van de elleboog geopereerd. Meestal is een littekenstreng ter hoogte van de spieren de oorzaak van deze compressie bij deze laatste twee zenuwen.

Complicaties

Het resultaat van de ingreep is afhankelijk van de toestand van de zenuw voor de operatie. Tintelingen, krachtsvermindering en gevoelloosheid kunnen blijven bestaan. Het is belangrijk na te gaan dat deze niet toenemen. Na de operatie zal zich littekenweefsel vormen dat de zenuw eventueel opnieuw zou kunnen inklemmen. Er bestaat een zeer kleine kans dat de zenuw tijdens de operatie gekwetst zou kunnen worden wanneer deze vrijgemaakt wordt. Zoals bij elke operatie kan er een bloeding optreden ter hoogte van het operatiegebied. Dit gaat gepaard met zwelling, maar zal meestal geen extra behandeling nodig hebben.

Revalidatie

Deze ingreep behoeft geen speciale revalidatie. Ontstekingsremmers en pijnmedicatie kan na de ingreep gegeven worden om pijn ten gevolge van de operatie tegen te gaan.

 

Elleboog Prothese

Beschrijving

Het elleboog gewricht bestaat uit drie beenderige elementen die normaal bedekt zijn met kraakbeen (het humerus uiteinde of uiteinde van de bovenarm, de radiuskop en het begin van de ulna of olecranon). Deze structuren kunnen onderhevig zijn aan slijtage processen (arthrose, arthritis, reuma, hemofilie). Sommige aandoeningen tasten zowel de gewrichten als spieren, zenuwen en organen aan. Bij een dergelijk slijtageproces wordt het gewrichtskraakbeen vernietigd. Dit gaat gepaard met pijn, verstijving, functieverlies en invaliditeit. Het kraakbeenoppervlak van de elleboog kan eveneens acuut beschadigd worden en onmogelijk worden hersteld ten gevolge van een verbrijzeling van de radiuskop of verbrijzeling van de humerus uiteinde. Deze breuken kunnen aanleiding geven tot veel pijn, verstijving, functieverlies en invaliditeit indien deze niet optimaal hersteld worden. De nervus ulnaris of elleboog zenuw is meestal ook betrokken bij al deze aandoeningen (ongeval of slijtage) en kan zorgen voor tintelingen en een doof gevoel ter hoogte van de pink en de ringvinger en soms gepaard gaan met krachtsvermindering in de hand en vingers. Een elleboog prothese kan bij dergelijke aandoeningen geïndiceerd zijn. Er bestaan verschillende soorten elleboog prothesen die gebruikt kunnen worden al naar gelang de aandoening, de ernst en de toestand van de patiënt. Zo kan een radiuskop prothese geplaatst worden bij een patiënt met een verbrijzelde radiuskop na een ongeval. Bij slijtage processen en/of reuma en arthritis kan het noodzakelijk zijn om het gewricht te vervangen door een prothese.

Klachten

Arthrose en slijtage van het gewrichtskraakbeen gaan gepaard met pijn, zwelling, krachtsverlies, functieverlies en invaliditeit van het ellebooggewricht. Deze klachten kunnen gepaard gaan met tintelingen, doof gevoel en krachtsverlies in de hand wanneer de elleboog zenuw betrokken is in het ziekte proces.

Onderzoek

De orthopedisch chirurg zal de elleboog grondig onderzoeken op een zwelling, afwijkende stand, drukpijn, tintelingen en gevoelsstoornissen. Hij zal tevens de beweeglijkheid van de elleboog vaststellen. Dit onderzoek wordt meestal aangevuld met een standaard röntgen opname. Om de ernst van de gewrichtsaantasting verder te onderzoeken kan voorgesteld worden een CT of een MRI te maken. Een standaard bloedafname is eveneens nodig om reuma en andere ontstekingsfactoren na te kijken en een infectie uit te sluiten. Indien er sprake is van tintelingen en een doof gevoel kan een EMG onderzoek worden verricht om de zenuw van de elleboog te onderzoeken en te zien hoever deze is aangetast.

Therapie

De bedoeling van de behandeling is om het ellebooggewricht zo snel mogelijk weer functioneel te maken en zo weinig mogelijk te immobiliseren (gips). Bij slijtage processen (arthrose, arthritis en reuma) zal in eerste instantie getracht worden om dit ziekte proces onder controle te krijgen door middel van rust, werkaanpassing, ergonomie, medicatie en middels fysiotherapie. Dergelijke behandeling wordt soms multidisciplinair aangepakt. Bij falen van een conservatief beleid en bij toenemende klachten moet een operatieve ingreep worden overwogen.

Ingreep

Bij een falende conservatieve therapie, kan een operatieve ingreep helpen. We onderscheiden twee grote groepen van ingrepen. De eerste ingreep, de zogenaamde Outerbridge and Kashiwagi (OK) procedure, kan overwogen worden bij zeer jonge patiënten of bij patiënten waar een prothese onmogelijk geplaatst kan worden. Hierbij vindt een fenestratie van de fossa olecrani plaats met het verwijderen van anterieure en posterieure osteofyten. De tweede groep van ingrepen bestaat eveneens uit het wegnemen van de beschadigde gewrichtsoppervlakken en deze te vervangen door een prothese. Er bestaan verschillende soorten en typen. Al naar gelang de aandoening, de lokale toestand van de elleboog, de patiënt, een fractuur, etc. kan een bepaald type van prothese geplaatst worden.

Complicaties

Alle chirurgische ingrepen kunnen gepaard gaan met infecties of wondproblemen. Deze komen gelukkig zelden voor. Indien geopteerd wordt om het gewricht niet te vervangen, kan de elleboog instabiel en/of pijnlijk zijn. Indien een prothese word geplaatst, is er kans op loslating, infectie en in sommige gevallen een instabiliteit. In zeer zeldzame gevallen kan een prothese breken als deze te zwaar belast wordt. Gelukkig komen dergelijke complicaties niet frequent voor. De elleboog vertoont soms een verminderde beweeglijkheid, die meestal gelukkig niet al te veel hindert. Een irritatie van de elleboogzenuw (nervus ulnaris) kan soms tijdelijke -en in mindere mate definitieve- hinder geven.

Revalidatie

Na de ingreep volgt meestal een zeer langdurige revalidatie. Deze bestaat uit voorzichtig oefenen met of zonder fysiotherapie. Regelmatig zal de patiënt teruggezien worden door de orthopedisch chirurg en zal de elleboog onderworpen worden aan een radiologisch routine onderzoek. De elleboog mag gedurende de eerste drie maanden niet meer dan 0,5 kg belast worden. Uiteindelijk mag de patiënt niet meer dan 1 kg repetitief belasten en geen gewichten optillen boven de 5 kg. Werkhervatting is mogelijk indien de patiënt voldoet aan voorgaande regels. Dus, sporten en handenarbeid dienen zeer voorzichtig verricht te worden, liefst na consult van uw behandelend orthopedisch chirurg.

 

Elleboog Bursitis of Bursitis Olecranii

Pathologie

De slijmbeurs t.h.v. de achterkant van de elleboog kan ontstoken en gezwollen zijn. Als er een infectie aanwezig is, zal uw orthopedisch chirurg u eerst behandelen voor deze infectie met antibiotica. Dergelijke zwelling ontstaat vaak door een trauma maar ook soms door overbelasting. Als de zwelling telkens terugkomt, zal uw orthopedisch chirurg een ingreep voorstellen om deze slijmbeurs weg te nemen.

De operatie

De operatie gebeurt meestal onder regionale verdoving, en soms onder korte, algemene narcose. Deze ingreep kan in dagbehandeling worden uitgevoerd. Via een boogvormige incisie zal uw orthopedisch chirurg de slijmbeurs vrijmaken en volledig wegnemen.

Postoperatieve zorgen en revalidatie

U krijgt een drukverband om de elleboog voor 2 dagen. Na 10 dagen kunnen de hechtingen verwijderd worden, zij het door uw huisarts, zij het door uw specialist. Enkel zachte bewegingen zijn in de week na de operatie toegestaan om zo weinig mogelijk frictie te veroorzaken.

Mogelijke problemen en complicaties

Het grote probleem is dat een bloeduitstorting postoperatief vaak zeer traag wegtrekt en zelfs tot recidief van een slijmbeursontsteking kan leiden. Het lichaam maakt dan opnieuw een soort slijmbeurs. Recidief is dus mogelijk. De zone rond de wond kan na de operatie wel doof zijn maar deze zone neemt in de tijd af. Zoals bij elke operatie is er risico op infectie en op dystrofie.

 

Golferselleboog of Epicondylitis medialis

Beschrijving

Men spreekt over een golferselleboog of een epicondylitis medialis als er sprake is van een ontsteking van de aanhechting van de pezen op het bot aan de binnenzijde van het ellebooggewricht. Een dergelijke ontsteking ontstaat meestal ten gevolge van een overbelasting van deze pezen door repetitieve (of : herhaaldelijke) bewegingen uit te voeren. Dit kan zowel voorkomen bij herhaaldelijk, continue zware belastingen zoals handenarbeid, bandwerk, havenarbeid, schilderen, montagewerk, sporten, als bij herhaaldelijk, continue lichte belastingen zoals typen, werken met computers, strijken. Een dergelijke ontsteking kan gepaard gaan met een irritatie van de nervus ulnaris of een zenuw die in een gootje juist achter de ontstoken zone loopt.

Klachten

Meestal is er sprake van pijn tijdens het werk of de sportbeoefening. Deze pijnklachten kunnen leiden tot stramheid en stijfheid van het ellebooggewricht. Bij aanhoudende pijnklachten kan er ook krachtsvermindering ontstaan. Deze pijnklachten kunnen gepaard gaan met doofheid of tintelingen ter hoogte van de pink en de ringvinger.

Onderzoek

Bij het onderzoek van de elleboog is er sprake van zeer intense drukpijn over de binnenzijde van het ellebooggewricht. Dit is meestal de regio waar de ontstoken pezen op het bot aanhechten. De orthopedisch chirurg zal ook de bewegingen uitlokken en dus de pezen belasten zoals het geval is tijdens het werk of tijdens de sportbeoefening. Dit kan bv door de pols tegen weerstand te laten buigen, of door de aanhechting van de pezen te overrekken. Om de diagnose te bevestigen en om de uitgebreidheid en de ernst van de ontsteking te onderzoeken, kan een röntgenfoto en echografie van de elleboog verricht worden. Indien de orthopedisch chirurg ter hoogte van het gootje lichtjes drukt of lichtjes tikt, en dit de doofheid ter hoogte van de vingers verwekt of erger maakt, is er klinisch sprake van een geïrriteerde zenuw of ontsteking van de Nervus Ulnaris.

Therapie

De bedoeling van de behandeling is de ontsteking ter hoogte van peesaanhechting op het bot weg te nemen en te verhinderen dat deze terug komt. Een acuut, kortbestaande golferselleboog met of zonder ontstoken zenuw wordt meestal behandeld door middel van fysiotherapie, onstekingsremmers en rust. Indien dit niet helpt, kan ook een inspuiting met corticosteroiden verricht worden ter hoogte van de ontstoken pezen. Dit kan tijdelijk de doofheid verergeren of krachtsvermindering in de vingers geven. Een gips of brace kan in sommige gevallen ook een oplossing bieden. Indien de klachten op lange termijn niet verbeteren en chronisch worden en de patiënt zeer ernstig hinderen, kan besloten worden om een operatieve ingreep te verrichten.

Ingreep

Het doel van de ingreep is om het chronisch ontstekingsweefsel ter hoogte van de aanhechting van de pezen op het bot weg te nemen. Verschillende technieken kunnen hiervoor gebruikt worden. Indien de zenuw geïrriteerd blijkt te zijn, kan het ontstekingsweefsel worden weggenomen met of zonder de zenuw te verleggen.

Complicaties

Alle chirurgische ingrepen kunnen gepaard gaan met infecties of wondproblemen. Deze komen gelukkig zelden voor. Indien de zenuw ook chirurgisch werd behandeld, kan deze lang last en hinder blijven geven zoals pijn, doofheid , tintelingen en krachtsvermindering. Meestal is dit tijdelijk, maar soms ook definitief naargelang de aantasting van de zenuw.

Revalidatie

Na de ingreep kan fysiotherapie gevolgd worden, afhankelijk van de graad of uitgebreidheid van de ontsteking. Belangrijk is bij de werkhervatting bij een ergonoom te rade te gaan om in betere of optimalere werkomstandigheden te kunnen werken. Bij sporters kunnen hulpmiddelen zoals ontlastende bandjes ter hoogte van de elleboog gedragen worden. Bij raketsporten zijn voetposities van belang en ook de grip op de raket.

 

Tenniselleboog of Epicondylitis lateralis

Wat is het?

Laterale epicondylitis of beter gekend als tenniselleboog is een ontsteking van de vezels die de spieren aan de buitenkant van de elleboog verbinden met de pols en de vingers.
Men kan pijn voelen daar waar deze vezels aan het bot vastzitten t.h.v. de buitenzijde van de elleboog of ook langs heen de spieren in de voorarm.
De pijn is over het algemeen meer aanwezig tijdens of na herhaaldelijk gebruik van de arm.
In meer ernstige gevallen kan zelfs het opnemen of grijpen van lichte voorwerpen erg pijnlijk en moeilijk zijn.
Omdat mensen die tennis spelen of andere racket-sporten beoefenen dit probleem soms ontwikkelen door een slechte techniek, is het bekend geraakt onder de naam “tenniselleboog”.

Wat is de oorzaak?

Buitenmatig gebruik van de arm of een verwonding aan de arm kan de spieraanhechting beschadigen en de symptomen van een tenniselleboog veroorzaken.

Klachten en symptomen

De zone die het meeste last geeft, is gewoonlijk het beenderig uitsteeksel aan de buitenzijde van de elleboog. Dit is bekend als de laterale epicondyl.
Deze zone voelt meestal pijnlijk aan bij drukken. De pijn wordt meer uitgelokt bij het strekken van de pols of de vingers, voornamelijk tegen weerstand.
Vaak wordt er röntgenonderzoek verricht als ook een echografie gedaan om te zien of er geen andere oorzaken zijn die het ontstekingsprobleem kunnen uitleggen.

Behandeling

De bedoeling van de behandeling is de pijn weg te nemen.
In eerste instantie is de behandeling niet chirurgisch.
De oorzakelijke factor moet zeker worden weggenomen.
Dit betekent soms dat repetitieve activiteiten of bepaalde sportactiviteiten moeten worden stopgezet.
In een eerste fase zal patiënten worden aangeraden een tenniselleboogverband te dragen van ’s morgens bij het opstaan tot ’s avonds bij het slapen gaan. Dit gedurende een 3-tal weken. Indien er dan geen duidelijke beterschap is opgetreden, wordt een inspuiting met cortisone gegeven t.h.v. de zijkant van de elleboog.
Het tenniselleboogverband wordt dan nogmaals drie weken gedragen.
Indien na deze tweede periode van drie weken de pijn minder is maar niet volledig verdwenen, wordt een tweede infiltratie toegediend.
Bij falen van deze therapie wordt in overleg met patiënt een operatieve therapie voorgesteld.
De heelkundige ingreep houdt in dat de ontstoken zone wordt gezuiverd en dat de peesaanhechting lichtjes wordt verlegd zodanig dat de spanning op deze pezen vermindert.
Op deze manier kunnen zij beginnen te genezen, maar dit proces neemt nog vaak verschillende weken in beslag.
Onmiddellijk na de ingreep is een gips of brace immobilisatie van een 3-tal weken noodzakelijk.
Na deze immobilisatie volgt meestal een periode van fysiotherapie.
De heelkundige ingreep gebeurt meestal in dagbehandeling.

 

Tricepspees Scheur

Beschrijving

De tricepsspier is een grote spier aan de achterzijde van de bovenarm. De spier zit via een pees vast op de elleboog. De voornaamste functie is het strekken van de elleboog. Een scheur van de pees van de triceps ter hoogte van de elleboog gebeurt meestal na een trauma, zoals een val of na een zeer hoge belasting, waarbij de arm geforceerd gebogen wordt vanuit een gestrekte positie. Het kan ook voorkomen na een eerdere operatie aan de elleboog. Het gebruik van sommige medicijnen zoals corticoïden kan de kwaliteit van de pees verminderen waardoor deze eerder kan scheuren. Ook roken behoort tot de risicofactoren.

Symptomen

De voornaamste klacht is een verminderde strekkracht van de elleboog. Meestal kan de elleboog nog wel een beetje actief worden gestrekt door de werking van andere spieren rond de elleboog. Pijn aan de achterzijde van de elleboog en een blauwverkleuring juist boven de elleboog komen vaak voor. Als de pees volledig is afgescheurd, wordt de tricepsspier naar boven getrokken en dit kan men vooral zien bij vergelijking met de andere zijde.

Onderzoek

De orthopedisch chirurg zal de elleboog en de vorm en positie van de tricepsspier bekijken. Strekkracht van de elleboog moet worden onderzocht. De orthopedisch chirurg zal dit doen door de onderarm tegen te houden terwijl de patiënt probeert de elleboog te strekken. Terwijl de strekspieren worden aangespannen, zal de orthopedisch chirurg proberen de tricepspees te voelen door met de duim aan de achterzijde juist boven de elleboog te drukken. Normaal zal de tricepspees tegen de duim drukken. Een röntgenfoto van de elleboog wordt genomen om te zien of er botletsels ter hoogte van de elleboog zijn. Soms kan er bij het scheuren van de pees ook een stukje bot afbreken. Bij twijfel kunnen eventueel andere onderzoekingen worden gedaan, zoals een echografie of een MRI scan van de elleboog. Deze zijn echter niet altijd nodig.

Therapieën

Bij kleine scheuren kan deze zonder operatie herstellen. De arm wordt dan een aantal weken in het gips of brace vastgezet zodat de pees kan herstellen. De beste therapie voor grotere scheuren is een operatie waarbij de pees wordt hersteld. Hoe sneller, hoe beter het resultaat. Dan is het in de meerderheid van de gevallen mogelijk om de aanhechting van de pees direct te herstellen.

Ingreep

De gescheurde pees moet worden gehecht. De keuze van de techniek is afhankelijk van de voorkeur van de chirurg. Wanneer de scheur al lang bestaat, of wanneer het tijdens de operatie niet mogelijk blijkt te zijn om de pees direct te herstellen, moet de pees aangepast worden. Dit gebeurt meestal door een andere pees uit de onderarm te gebruiken. Hiervoor dient er wel opnieuw een huidsnede gemaakt te worden. De betreffende pees in de onderarm is echter niet bij iedere patiënt aanwezig. Het kan dus nodig zijn om een pees uit het bovenbeen te gebruiken. Dit zal de chirurg voor de operatie al kunnen onderzoeken en bespreken met de patiënt.

Complicaties

Blijvende krachtvermindering is in meer of mindere mate bij bijna elke patiënt aanwezig. Ook zijn er veel patiënten die na de ingreep een beetje beweeglijkheid verliezen. Dit is afhankelijk van de grootte van de scheur, de tijd tot de operatie en de mogelijkheid tot reparatie van de pees. De enige complicatie specifiek voor deze ingreep is het opnieuw loslaten of scheuren van de pees. Dit gebeurt echter zeer zelden. Andere complicatie zijn zeer zeldzaam en eerder vergelijkbaar met die van andere ingrepen. Onder andere onderhuidse bloedingen of infecties zijn mogelijk.

Revalidatie

Dit is zeer sterk afhankelijk van de bevindingen tijdens de operatie. Afhankelijk van de grootte van de scheur en de stevigheid van het herstel, zal de chirurg beslissen wanneer de patiënt kracht en beweeglijkheid mag opbouwen. Direct na de operatie zal de arm tijdelijk worden vastgezet in een gestrekte stand. Dit kan gebeuren door een verband, gips of met een brace. Dit zal zo kort mogelijk worden gedaan om verstijving te voorkomen. Soms mag de arm direct na de operatie worden bewogen.

 

Snel een consult en snel behandeld?
Maak dan nu een afspraak!